zaterdag 15 augustus 2009

Zie de wereld! Pak aan in Indië! Neem dienst!

Na de euforie van de bevrijding van Nederland in mei 1945 werd de blik al snel op Nederlands-Indië gericht, het laatste bezette stukje koninkrijk. Al vanaf de bevrijding van het zuiden in september 1944, maar vooral na mei 1945 deed de Nederlandse regering een dringend beroep op de jongeren zich te melden als oorlogsvrijwilliger om Nederlands-Indië van de Japanse bezetters te bevrijden.

Zie de wereld. Pak aan in Indië. Neem dienst' was de leuze op de aanplakbiljetten die door het hele land worden verspreid. Dat hielp, het enthousiasme was enorm: half juni 1945 hadden zich zo'n 120.000 vrijwilligers voor de Oost gemeld. Voordat zij konden worden opgeleid en uitgezonden capituleerde Japan op 15 augustus 1945. En twee dagen later volgde de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno en Hatta.

In Nederlandse ogen was Indonesië daarmee nog geen onafhankelijke staat, hoewel al wel het besef was gegroeid dat de kolonie een eigen positie in een soort Nederlandse gemenebest moest krijgen. Eerst moest echter orde op zaken worden gesteld in Indië, meende men. Eerst moest Indië worden bevrijd van de nationalisten, die door de meerderheid van de Nederlanders werden gezien als communisten en als collaborateurs met de Japanners. Daarvoor werd het KNIL (het Koninklijk Nederlands Indische Leger) zo snel mogelijk in ere hersteld en werd toch een beroep gedaan op de eerder geworven oorlogsvrijwilligers. De eerste bataljons vertrokken in oktober 1945.

De meeste oorlogsvrijwilligers hadden echter na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 geen enkele behoefte meer aan uitzending. Voor hen zat de Tweede Wereldoorlog er nu definitief op. Hun missie was overbodig geworden, vonden ze. Voor de Nederlandse regering lag dat anders: geschrokken van de onafhankelijkheidsverklaring van de Republik Indonesia wilde ze er zo snel mogelijk militairen heen sturen om de orde te herstellen. Van een geregeld Nederlandse leger was zo kort na de oorlog nog geen sprake, zodat de ovw'ers gestuurd werden. Vanaf oktober 1945 werden er 20.000 daadwerkelijk naar Indië verscheept. Die andere 100.000 bleven thuis. Voor de meesten had dat vermoedelijk geen consequenties, omdat ze in die eerste chaotische naoorlogse maanden nog geen con­tracten hadden getekend. Diegenen die dat al wel hadden gedaan kwamen voor de keuze 'gaan of weigeren' te staan.

Zo werd de legerleiding al in het najaar van 1945 met het verschijnsel desertie geconfron­teerd, zij het mondjes maat. Het ging nog om kleine aantallen. Hun gepleegde delict heette al wel desertie in tijd van oorlog, hoewel het verder officieel geen oorlog mocht heten. De marechaussee spoorde de deserteurs op en bracht hen naar een strafkamp in Muiderberg.

Erik de Graaf

Geen opmerkingen: