zondag 20 mei 2018

Poldermonumenten



Landaanwinning. In februari 1939 werd begonnen met de inpoldering van de kwelders ten noorden van Pieterburen en Westernieland. In anderhalf jaar moest de klus worden geklaard. De Rijksdienst voor de Werkverruiming, zoals de werkverschaffing officieel heette, zou zorgen voor voldoende arbeidskrachten. Dertienhonderd mannen uit het hele land. Werkeloze kunstenaars, kappers of kantoorklerken werkten ineens lange dagen in de vette zeeklei. Zeshonderd van hen werden ondergebracht in het werkkamp De Slikken, vlak bij de dijk. De rest werd dagelijks met bussen vanuit Groningen aangevoerd.

Volgens de strakke planning zou de nieuwe dijk er al in oktober 1939 staan. Een jaar later moest de polder klaar zijn, maar het zou anders lopen. Eerst bemoeilijkten hevige stormen het werk. Daarna gooide de Tweede Wereldoorlog roet in het eten. Vertraging volgde op vertraging. In de oorlogsjaren werd het werk onder Duitse leiding voortgezet, maar de nieuwe polder kwam pas na de oorlog af.

Op de dijk boven Westernieland stond ik maandag bij het monument voor de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. “Dei nait wil diek’n mout wiek’n”, klinkt de Groningse strijdkreet in de strijd tegen de zee in steen. Onderaan de dijk staat een tweede monumentje ter nagedachtenis aan veertien mannen, die bij de inpoldering om het leven kwamen. Een van hen raakte tijdens het werk onder een werkspoorlocomotief. De anderen verongelukten toen hun bus in oktober 1940 in dikke mist bij Ranum op de trein van Zoutkamp naar Winsum botste. Twaalf werklozen en hun chauffeur. ’s Ochtends vroeg was de bus als laatste in een konvooi van acht uit Groningen vertrokken, maar door de dichte mist verloor de chauffeur de aansluiting met de andere bussen. In de mist heeft hij nog geprobeerd de andere bussen in te halen, maar bij Ranum kwam de reis met een knal tot een einde.

De natte kwelders hebben plaatsgemaakt voor vruchtbare landbouwgrond. Vanaf de poldermonumenten is het vijftig meter lopen naar het voormalige werkkamp De Slikken, dat tegenwoordig als recreatieaccommodatie in gebruik is. Het kan verkeren.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het monumentje onder aan de dijk bij de Linthorst Homanpolder. Voor de hele serie kunt u hier klikken: Op verkenning door Het Hogeland

donderdag 10 mei 2018

De zendeling en de zanger


Helwerd bij zonsondergang. Zondagavond. Tegen het informatiebord op een verscholen parkeerterreintje bij de provinciale weg van Middelstum naar Usquert zetten we onze fietsen neer. Over een half overwoekerd karrenspoor wandelen we het land in naar de oeroude wierde. De zorgen van het dagelijks leven vallen hier van je af. Hier loop je een andere wereld en een andere tijd in.

Al honderden jaren voor onze jaartelling vestigden zich de eerste bewoners in Noord-Groningen, aangetrokken door de vruchtbare grond en de visstand in de maren en in zee. Om bij vloed droge voeten te houden wierpen ze verhogingen op, de wierden. Helwerd is er een van, gelegen in een keten van wierden langs de westelijke oever van de oude Fivelboezem. Van Ten Post tot Middelstum en via Toornwerd, Kantens, Rottum, Helwerd en Kloosterwijtwerd naar Usquert.

Helwerd is de heilige wierde. Hier ontmoette de zendeling Liudger de heidense zanger Bernlef. Ergens rond 790 moet het zijn geweest. Liudger had van Karel de Grote de opdracht gekregen het kustgebied tussen Dokkum en Emden tot het christendom te bekeren. De blinde Bernlef, naar wordt gezegd geboren in Warffum, was in de wijde omgeving bekend als volkszanger en dichter. Volgens de overlevering deed Liudger Bernlef het licht zien, zowel letterlijk als figuurlijk. Hij nam hem de biecht af en gaf hem met een kruisteken over zijn ogen het zicht terug. Eindelijk zag Bernlef Warffum weer en met de zendeling dankte hij God in Usquert. Liudger moest verder om ook de rest van Groningen te bekeren, maar voordat hij vertrok leerde hij Bernlef een paar psalmen om zijn werk voort te zetten.

Een wonder of een sterk verhaal? Als je op Helwerd rondloopt ben je onmiddellijk geneigd het voor waar aan te nemen. Helwerd is een magische plek, waar een ver verleden voelbaar is. In de verte zie je de wierden van Rottum, Usquert en Warffum, waar volgens Bernlef indertijd al bomen groeiden. En hij heeft het zelf gezien. Ga ook eens kijken op Helwerd. De zon gaat er prachtig onder.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde de wierde Helwerd bij zonsondergang. Dit is deel 20 uit de serie Op verkenning door Het Hogeland.

maandag 7 mei 2018

De R. Ritzemastraat

Elk dorp heeft zijn verhalen over de Tweede Wereldoorlog en zijn oorlogsslachtoffers om jaarlijks op 4 mei te herdenken. Vorige week liep ik in Leens door de R. Ritzemastraat, op weg naar het oorlogsmonument op de begraafplaats. Tweeëntwintig gevallenen. Elf joden, waarvan er negen in Auschwitz omkwamen en twee in Sobibor. En elf verzetsleden, die stierven omdat ze het onrecht niet verdroegen. Ernaast staan de witte stenen van vijf gesneuvelde geallieerden.

Niet ver van het Leenster oorlogsmonument zag ik de grafsteen van Rentje Ritzema en zijn vrouw. “De Tweede Wereldoorlog heeft beider leven sterk beïnvloed”, las ik onderaan de steen. Ritzema groeide op in Grijssloot, op een boerderij boven Leens. Als oudste zoon nam hij het boerenbedrijf over van zijn vader. Zijn jongere broer Martinus ging rechten studeren en werd in 1939 op achtentwintigjarige leeftijd burgemeester van Oldekerk. Na de Duitse inval bleef hij eerst aan, maar in stijgende gewetensnood. Driemaal vroeg hij om ontslag. Hij kreeg het pas toen hij weigerde om verbodsborden voor Joden in zijn gemeente te plaatsen.

Martinus Ritzema sloot zich aan bij het verzet, evenals zijn broer Rentje. Met hun christelijke overtuiging als drijfveer. Ze werkten voor de Ordedienst, verspreidden de illegale krant Trouw en hielpen onderduikers. Tot ze zich uiteindelijk zelf moesten verschuilen. Af en toe bezochten ze in het geheim hun gezinnen op de boerderij in Grijssloot. Op 31 maart 1945, de zaterdag voor Pasen, besloten de broers een nacht op de boerderij te blijven. Met dramatische gevolgen. Op Paaszondag vielen de Duitsers de boerderij binnen. Rentje Ritzema werd in de schuur van zijn boerderij doodgeschoten, zijn broer Martinus werd naar het Huis van Bewaring in Groningen overgebracht.

Half april 1945 werd Leens door Canadese troepen bevrijd. Ongetwijfeld was er hoop op de thuiskomst van Martinus, maar twee weken later liet de familie in een advertentie in de krant weten dat niet alleen Rentje Ritzema was doodgeschoten. In massagraven in Bakkeveen en Norg waren de lichamen van zijn broer Martinus en zijn zwager Willem Berg gevonden. Gefusilleerd door de Duitsers. Stil sluit ik het hek van de begraafplaats en loop terug naar de R. Ritzemastraat.

Erik de Graaf

Op vrijdagavond 4 mei zond RTV Noord een korte film uit over de gebroeders Ritzema. Otto Kalkhoven maakte een foto van de boerderij in Grijssloot. Dit stuk stond op 3 mei 2018 in de Ommelander Courant.

zondag 6 mei 2018

Verhalencafé over telefoon in Warffum 1962


Op 22 mei 1962 stond Warffum in de spotlights van de landelijke media. De telefooncentrale Warffum was de laatste in Nederland, die werd aangesloten op het geautomatiseerde telefoonnet. Ruim 600 telefoonabonnees in Warffum, Usquert, Baflo en Tinallinge waren tot die dag aangewezen op de telefonistes in de postkantoren, maar konden na 11 uur ’s ochtends ook automatisch lokaal en interlokaal bellen. Het was een feestelijke gebeurtenis voor de PTT en Warffum. De PTT organiseerde een tentoonstelling over telefonie in de lagere school en de Handelsvereniging organiseerde een feestweek. Daarnaast werden een speciale postzegel en een eerstedagenvelop uitgegeven. De cineast Louis van Gasteren maakte in opdracht van de PTT een film, de officieuze stadsbeeldhouwer van Groningen Willem J. Valk een monument en de dichter Adriaan Roland Holst een gedicht. Het monument staat nu in een verwaarloosde staat op de hoek van de Westervalge en de A.G. Bellstraat (jaja). Het gedicht is door de tijd onleesbaar geworden. Tijd voor een opknapbeurtje, zou ik zeggen.


Het Huiskamercafé Noorderkerkpad in Warffum organiseert op woensdag 9 mei een verhalencafé over die historische 22 mei 1962. Iedereen wordt uitgenodigd om de herinneringen aan die dag te komen vertellen. Was u erbij of heeft u verhalen van familie gehoord? Werkte u bij de PTT? Zat u bij de Handelsvereniging Warffum, die de feestweek organiseerde? Marcheerde u musicerend met de fanfare Euphonia door het dorp? Probeerde u als laatste in Nederland contact met de telefoniste te krijgen? Deed u mee aan het Concours d’ Elegance d’ Automobiles of was u bij de Grote Cabaretavond onder auspiciën van AVRO’s “Oprechte Amateur”?

Na een korte inleiding door Erik de Graaf vertonen we de film “WARFFUM 220562” van Louis van Gasteren. Daarna mag iedereen herinneren en vertellen o.l.v. Jan Dirk Gardenier en Erik de Graaf. U bent van harte welkom op woensdag 9 mei om 20 uur in het Huiskamercafé, Noorderkerkpad 13 in Warffum (toegang gratis).

Erik de Graaf

vrijdag 27 april 2018

Voos

“Hij is import, maar hij weet wel veel over onze omgeving”. Via-via kreeg ik een compliment over mijn stukjes in de Ommelander. Ik woon al bijna dertig jaar op het Hogeland, maar ik ben en blijf “allochtoon”. Hoe diep ik ook verder in de Groninger klei zak. Klei?

Klaai. Ik las vorige week een gedichtenbundel met die titel. Hij is al tien jaar oud en geschreven door Lammert Voos. Geboren in Eenrum in 1962, opgegroeid in Friesland en jarenlang woonachtig in de buurt van Deventer. Hij schreef, schilderde, maakte muziek en werkte met vluchtelingen tot in Bosnië toe. Waar hij ook woonde, hij bleef in al zijn vezels Gronings. In Klaai uit 2008 beschreef Voos zijn “ferhoal” van het noorden, zijn verhaal van de klei. Hij dichtte over het lege landschap en de rauwe taal. Over Eenrum “met een kerkhof vol Vozen”. Over generaties van klompenmakers, kasteleins en drinkebroers. En over zichzelf. Soms in het Gronings, soms in het Nederlands. Ruw, doorleefd en recht-door-zee. Keihard en soms nostalgisch.

dit land, dit Hooge Land
is weerbarstig, rauw en leeg
en ik hoor hier thuis

hier zijn de botten
van mijn voorvaderen begraven
in de zware zeeklei

hier steekt men trots
de kin tegen de wind in
of verdrinkt men in zeeën van jenever

er bestaan geen tussenwegen
in het Hooge Land
en ik hoor hier thuis

Achteraf klinkt het gedicht uit 2008 als een vooraankondiging, want sinds een jaar is Lammert Voos terug op de klei. Weer thuis. In een arbeidershuisje in Vierhuizen, op de rand van land en zee. Ver weg van de drukte. Niet zonder twijfel, maar toen hij weer Gronings sprak met de buurman, zijn naam niet uit hoefde te leggen bij de bouwmarkt, de verte zag en het zilte Wad rook wist hij dat het goed was. Terug op het Hogeland. Zijn Hooge Land. Met de kin tegen de wind in, want zonder jenever.

Ondertussen bereid ik me voor op mijn Groningse inburgeringsexamen, waarvoor ik nooit zal slagen. Toch bedankt voor het compliment.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde Lammert Voos in zijn fotostudio in de kerk van Eppenhuizen. Teksten van Lammert Voos vindt u in de boekhandel of op het internet, onder andere op: dewaterwolf.wordpress.com.

zaterdag 21 april 2018

Hotel de Landbouw


Na vijf jaar noeste arbeid presenteerde de Boekgroep Noord-Groningen maandag haar lijvige boekwerk over het Hogelandspoor in een overvol Hotel de Landbouw in Usquert. Bijna 125 jaar nadat de eerste trein in 1893 van Groningen naar Roodeschool reed.

De nieuwe spoorlijn vereenvoudigde het transport van landbouwproducten en maakte de wereld kleiner voor de burgers. De ijzeren levensader bracht leven in de brouwerij. Nieuwe stations en bij elk station een herberg, een café of een koffiehuis. Ook in Usquert. Twee jaar na de eerste trein werd Hotel de Landbouw geopend. Recht tegenover het station. Als ontmoetingspunt voor boeren en handelslui. Usquert was een rijk dorp.

Schrijver Louis Stiller vertelde bij de presentatie over het station van Usquert. Hij wees aan waar de stationschef woonde en waar hij zijn moestuintje had om zijn sobere inkomen te verhogen. Initiatiefnemer Jan de Boer sprak over de huidige bedrijvigheid aan het nieuwe eindpunt van de spoorlijn, in de Eemshaven. De eerste exemplaren werden uitgereikt aan de burgemeesters Van Beek van Eemsmond en Michels van Winsum.

Vanuit de historische gelagkamer staarde ik naar de overkant van de straat. In mijn dagdroom herrees het oude stationsgebouw uit 1893. De stoomtrein uit Groningen kwam aan. Reizigers stapten uit, anderen weer in. Ik zag hoe Marten Toonder in 1910 in stuurmanuniform naar Uithuizen reisde om de dochter van peerdendokter Huizinga ten huwelijk te vragen. In de Eerste Wereldoorlog stapten er Belgische vluchtelingen uit de trein om in een schuur bij de melkfabriek aan de haven een veilig onderdak te vinden. Een wereldoorlog later vertrokken vanaf alle stations aan het Hogelandspoor joodse families naar Westerbork, op weg naar een duistere toekomst. Als Hotel de Landbouw eens kon vertellen.

Met bewondering en verwondering bladerde ik ’s avonds door tweeëneenhalf kilo spoorboek. Zoveel verhalen, zoveel foto’s. Het moet voor de schrijvers een prachtige ontdekkingsreis door tijd en Hogeland zijn geweest. Na afloop van de bijeenkomst staken veel genodigden de straat over om de trein naar Roodeschool of Groningen te nemen.

Erik de Graaf

Otto Kalkhoven fotografeerde het uitzicht vanuit Hotel de Landbouw in Usquert. Deze aflevering in de serie "Op verkenning door Het Hogeland" verscheen op donderdag 19 april in de advertentie van de BMWE-gemeenten in de Ommelander Courant.